jtemplate.ru - free extensions for joomla


11 september 2011

 


De straten glooiden licht. Aan weerszijden stonden de gekleurde huizen achter dekleine, met rozen begroeide voortuintjes. Ze ademden ‘n typisch Engelse sfeer. Terwijl we samen door de buurt liepen, wees mijn vader me waar hij had gewoond, eind jaren 50. Hij wees me de Nederlandse ambassade waar hij destijds had gewerkt. De rivier de Ptomac, die de stad in een oost- en westkant opdeelde, het Witte Huis, het Congres. Het Vietnam-monument waarinde eindeloze rij namen van omgekomen soldaten gegraveerd was. Te veel, veel teveel namen, rij na rij,niet te bevatten. Het graf van zijn held John F. Kennedy 
Met al die plekken in Washington DC nam mijn vader me mee in zijn persoonlijke geschiedenis. 

 

Een intensieve week ging razendsnel voorbij en voor we er al aan toe waren, zaten we op Dulles airport te wachten tot onze terugvlucht werd afgeroepen. Ondertussen zaten we als een stel kwajongens grinnikend commentaar te leveren over de gebrekkigheid van de zogenaamd veilige detectiepoortjes. Als je er wat sloffend doorheen liep, zoals de in gewaden geklede Arabieren voor ons die op Riyadh zouden vliegen, dan kwam je er geruisloos doorheen. Een gekkegewaarwording.

De vlucht van American Airlines naar Amsterdam werd afgeroepen. Onze vlucht. Na een rustige reis kwamen we aan het begin van de middag op Schiphol aan.  We namen afscheid van elkaar en bedankten elkaar warm voor de hele fijne week. Mijn vader nam de trein naar Rijswijk, ik die naar Den Bosch

 

Kwart voordrieThuis in Den Bosch lag een briefje voor me klaar met het verzoek iets op te halen bij Koos. Meteen maar even doen, dacht ik. Ik belde aan, Koos deed open en liet me binnen. Het verbaasde me dat hij de tv aan had staan, zo midden op de middag, dat was niets voor hem.
Ik stond in de kamer en zag wat Koos zag. Dbizarre beelden op de tv. Die beelden vertelden me delen van een afschuwelijk verhaal. Ik zag een uitgestorven toegang tot Dulles airport. Was dit hetzelfde vliegveld waar ik een paar uur eerder nog rondliep? Volledig gebarricadeerd met grijze betonblokken. Ik zag militairen met mitrailleurs er de wacht houden. Ik zag agressieve honden aan stevige riemen. Bepantserde trucks van één of ander legeronderdeel. Waar ik even tevoren tussen andere reizigers had gelopen, zag ik nu een leegte die beklemde, me benauwde, die angstaanjagend was. Wat ik zag,kon ik alleen maar registreren. Ik wist me totaal geen raad.

 

Het was 11 september 2001. 
De vliegtuigen van American Airlines waren misbruikt in New York en in Washington. 
Traag, traag daalden de beelden in. Traag maakten ze contact met mijn gevoel. Het drong stukje bij beetje tot me door dat ik aan de dood ontsnapt was. Ik was in een vliegtuig gestapt, wat voor het zelfde geld een bom, een inslagwapen had kunnen zijn.
Nog dagen liep ik met mijn ziel onder mijn arm de weg kwijt te zijn. Ik voelde me een vreemde in mijn eigen vertrouwde leven, mijn hoofd leek vol watten. De beelden die ik had gezien, bleven zich in mijn hoofd herhalen. Mijn lijf voelde moe en ongecoördineerd. De tv zette ik niet meer aan; ik had al teveel gezien. Mijn vader en ik belden elkaariedere dag. Soms één keer, soms vaker. We vonden steun bij elkaar.

 

Nog jaren was11 september ook voor mij heel persoonlijk een beladen en emotionele dag. Nog jaren voelde ik me op 11 september uit het lood, intens gevoelig voor leed, en dankbaar voor het leven wat ik had – maar waar ik op die dag even niets mee kon.
11 september was vanaf toen nooit meer wat het was; 11 september was nooit meer gewoon een datum.

 

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

 

blog mieke hermans


 


 



RAKKETAKKETAK,



RAKKETAKKETAK, pschh. Wat een enge geluiden. Ik wil hier uit. Mijn hoofd registreert dat dat niet kan. Mijn gevoel zegt maar één ding; weg hier!

Muurvast zit ik. Een beugel om mijn schouders. Ik knijp de hand van mijn vriend fijn, doe eerst mijn ogen dicht en dan toch maar weer open. De weg naar boven lijkt eindeloos te duren. Feitelijk enkele seconden, in mijn werkelijkheid een oneindigheid van momenten met stokkende adem.

Dan bereiken we het angstaanjagendste hoge punt. Een bloedstollende seconde lang wil ik tegenhouden wat niet meer tegen te houden is: in een swingende draai worden we ’t diepe in gegooid. Waarom doe ik dit? Ik wil hier uit! We gaan te pletter vallen! Het karretje maakt een wervelende draai en het enige dat ik tijdens deze enge rit zeg, zeg ik in die draai. Één enkel woord: “mama!”

Mijn vriend, die later mijn man wordt, mag er nog jaren smakelijk over verhalen. Heel moedig probeer ik nog enkele van die krengen, want ik schijn het toch echt leuk te moeten vinden. En dan eindelijk, eindelijk, eindelijk na vele enge ritjes stap ik in die hele enge in het donker waar je dus echt meent dat je doooooooood gaat..... Eindelijk ben ik zover dat ik hardop durf te zeggen; “ik vind dit niet leuk”.

‘Ik pas wel op alle tassen’, roep ik voortaan vrolijk als er weer zo’n ding in zicht komt. RAKKETAKKETAK, achtbanen, ik bekijk ze vanaf ’t terras met een lekkere kop thee. Heerlijk, dát is leuk!


©Esther van der Werf

 
 
 
esthervanderwef blog
 
 
 
 
 

Haiku Meinweg
HAIKU - 2016-02 -IMG 5163 HAIKU - 2016-02 -IMG 5165

Nelle Heijboer

 

 

 
 
 
 
 
 
blog nelle heijboer
 
 
 
 
 



10 mei 1940

De Duitsers vallen Nederland binnen.

 

Alle inwoners van Grave zijn door het Gemeentebestuur geadviseerd te evacueren.
Grave ligt in de linie waar de Duitsers de Maasbrug willen bombarderen om zo via deze brug door te trekken naar Nijmegen.
Vader en Moeder met dekinderen Piet, Dien, Suus, Nol, Sjef, Thea en Rietje die nog thuis wonen, worden met nog meer Gravenaren vervoerd per bus naar Heesch in Noord Brabant.
De andere kinderen studeren allemaal intern, in Veghel, Nijmegen en Heerlen.
Toon studeert aan de Universiteit in Nijmegen.
Jule en Leen zijn als onderwijzeressen in Nijmegen werkzaam, waar Lies de kweekschool voor onderwijzeres volgt.
Matthieu is intern op de kweekschool in Heerlen.
Vader en Moeder weten nog niet waar ze met de zeven kinderen onderdak kunnen krijgen.
De enige zekerheid is dat zij weg moeten. Iedereen wil weg.
Het is een drukte van belang als wij met een oude stadsbus vertrekken.
We stoppen midden in het dorp Heesch.
In een school komen we terecht die geleid wordt door broeders.
Moeder vindt dit geen goed idee.
Zij neemt het initiatief en besluit op eigen houtje bij boerderijen aan te bellen.
Boeren hebben veestallen waar, zo weet moeder vanuit haar eigen jeugd, plek genoeg is om een gezin onderdak te bieden.
Bij de zoveelste boerderij wordt moeder met het gezin gastvrij ontvangen door Han en Mien.
We mogen op strobedden in de stal slapen.
Na ruim twee weken gaat het gerucht dat Grave gebombardeerd is.
Dien, mijn oudere zus moet van moeder, samen met frater Aloysius, vanuit Heesch op de fiets naar Grave gaan om te kijken of de kust veilig is en of de Duitsers ons huis wel of niet in beslag genomen hebben.

 

Het stadje Grave en ons gezin zijn gespaard gebleven van bombardementen.
We kunnen weer naar huis.
Jule gaat als oudste met Thea en mij met de bus naar Grave.
Deze stopt in de Klinkerstraat waar we uitstappen.
We horen de stilte in het oude stadje.
Geen inwoners, geen soldaten, geen verkeer. Geen regen of wind. Stil.
Wij zijn blijkbaar de eersten.
De straten zijn leeg en de huizen zijn verduisterd.
Als kind van vier voel ik weer die unheimische sfeer.
De handen van Jule bieden Thea en mij veiligheid.
We lopen van de plek waar de chauffeur ons heeft afgezet naar ons huis.
We dribbelen mee op het tempo van Jule.
Ik begrijp het allemaal niet zo goed. Het komt niet bij me op om vragen te stellen.
Wat kan een vierjarig kind begrijpen van de stilte als er niet of nergens over gesproken wordt?

 

We lopen hand in hand via de lege Klinkerstraat waar de winkels gesloten zijn endoor de Hamstraat waar de ramen verduisterd zijn door kranten.
De zware velours gordijnen van de woonhuizen dekken de mogelijke lichtinvallen ophet interieur af.
We gaan rechtsaf en onze klompschoentjes klikken op de straatkeien.
Ik voel me bedwelmd door de nauwelijks benoemde sfeer. Jule is altijd zo spraakzaam.
Waarom nu dan niet?
Halverwege de Hamstraat herken ik op een afstand ons huis dat op de hoek staat.
Opgelucht roep ik “Ons huis!”. Als door een bij gestoken trekt Jule aan mijn hand: ”sstt” ! Jule is ook gespannen.
Dan staan we stil. We weten niet zeker waar en of er nog Duitsers ergens zijn.
Zij hebben het hele huis uitgekamd en kruidenierswaren uit de winkel meegenomen, Het woonhuis is gespaard gebleven.
Thea en ik voelen ons veilig en Jule gaat met ons stevig aan de hand, opgetogen via de lege winkel het huis in.
Het voelt vertrouwd.
ONS huis; er is niemand thuis.


ei 1.

 
 
 
 
blog riet plattel
 
 
 
 
 



EEN LEVEN IS TEN EINDE

 
 
 

Daar sta ik dan, eind juni 1997, samen met mijn jongste zusje. De kleine slaapkamer is koud, ondanks de stralende zon die door de ramen naar binnen schijnt.Onze blikken dwalen over de twee lege bedden, waarvan er één nooit meer beslapen zal worden.
De eenvoudige nachtkastjes, de toilettafel met spiegel met de daarop uitgestalde toiletartikelen. Op de vloer het koude lichtgrijze linoleum. Voor de ramen hangen nog steeds de grijze damasten gordijnen van toen.Een jaar en vier maanden geleden is het dat ze het appartement hebben betrokken.Het huis waar mijn moeder jaren naar op zoek was geweest, het huis waarvan ze toen al wist dat het haar laatste thuis zou zijn.
 

Nu is ze overleden en haar laatste opdracht moet nog worden uitgevoerd. Moeders wil wás en ís wet, ook na haar dood. Vóór de crematie moet alles wat aan haar herinnerde al uit het huis worden verwijderd. En als ze zei “alles” dan bedoelde ze ook “alles”. In gedachten hoor ik nog haar scherpe stem. Het eeuwige gevit op alles en iedereen maar vooral op mijn vader. Het was nooit goed of het deugde niet. Nu sta ik hier en ik heb een heel beklemmend gevoel alsof mijn keel wordt dichtgeknepen, je weet maar nooit of ze ons zal controleren. Haar opdracht moet worden uitgevoerd.

 

Op haar ziekbed heeft ze besloten dat Pa, alleen achtergebleven, niet de kans mocht lopen in zijn verdriet te gaan zwelgen. Ze was ervan overtuigd dat, als hij de kast opendeed en haar kleding zag hangen, hij helemaal van de kaart zou zijn. Dat hij zou gaan rondlopen met haar kleren in zijn armen zoals toen, toen Henkie overleden was, lang geleden. Nee, herinneringen in de vorm van bezittingen moeten onmiddellijk verwijderd worden. Ze heeft ons ook een lijstje gegeven met namen van diegenen in de familie die ze iets speciaals na wilde laten. Ook daar moeten Yvonne en ik voor zorgen. Ze heeft al pakketjes gemaakt, zodat we alles alleen maar hoeven uit te delen.

 

Nadat we daar een poosje zonder iets te zeggen hebben gestaan, kijken Yvonne en ik elkaar besluiteloos aan. We hebben geen idee waar we moeten beginnen. Aarzelend steekt mijn zusje haar hand uit naar de deuren van de kledingkast en doet ze voorzichtig open. Keurig netjes naast elkaar hangen daar haar rokjes, bloesjes, pakjes en mantels. En daaronder schoenen, schoenen en nog eens schoenen. Een golf van machteloosheid spoelt over mij heen. Wat moeten we er in Godsnaam mee? We kennen niemand die deze kleren nog wil dragen. Dan alles maar in vuilniszakken en wegbrengen naar de Kringloopwinkel. Weg ermee, naar de anonimiteit!

 

In een ijzig stilzwijgen beginnen we met de kleren keurig op te vouwen, maar allengs worden we slordiger en stoppen alles in de plastic zakken zoals het in onze handen komt. Zak vol, touw erom, weg ermee. Er lijkt geen einde aan te komen. Als we zo doorgaan zijn we gauw door onze vuilniszakken heen. Ik hoop maar dat Pa nog een voorraadje achter de hand heeft.

Als de klerenkast leeg is, komen de stapels lapjes aan de beurt. De lapjes die Ma gekocht heeft op de markt. Altijd voor een prikje! Al die lapjes waar ze nog plannen voor had om er iets van te maken voor zichzelf of voor één van haar favoriete achterkleindochters. Dozen vol met naaigarens, knopen en knoopjes, bandjes en strikjes. Alles verdwijnt in plastic zakken, wordt dichtgemaakt en klaargezet om weg te brengen.

Pa, die we in de woonkamer hebben geïnstalleerd met een cryptogram, komt even zijn gezicht laten zien. Maar de aanblik van twee van zijn dochters die in een rap tempo de kleding van zijn vrouw aan het opruimen zijn, kan hij niet aan. Snikkend draait hij zich om en verdwijnt weer naar binnen.

 

Ondertussen zijn we begonnen aan de kaptafel. Ma was altijd een goed verzorgde vrouw geweest. Haar haren keurig gekapt tot op het laatst van haar ziekte toe. We zijn erop voorbereid een aantal potjes, flesjes en tubetjes van één of ander schoonheidsmiddel aan te treffen, maar niet zo onnoemelijk veel als de kaptafel blijkt te bevatten. Wie schetst onze verbazing als we de laatjes opentrekken en al die flesjes haarshampoo en kleurspoelingen zien staan. Ontelbare tubes crème grijnzen ons tegemoet. Hoe meer laatjes we opentrekken des te meer doosjes, potjes, flesjes en tubes komen we tegen.

 

Verbijsterd laten we alles door onze handen gaan. Hebben we haar de laatste jaren financieel gesteund om dit soort troep te kunnen aanschaffen? Diep van binnen voel ik een reusachtige woede opwellen. Yvonne en ik kijken elkaar aan en barsten vervolgens in tranen uit! Jankend maai ik met grote zwaaien alle flesjes en potjes in de zoveelste vuilniszak. Weg ermee! Mijn zusje slaat haar handen voor haar ogen en zakt op het bed neer.

 

Maar nog zijn we niet klaar. Er rest ons nog één kast, de kast waar ze haar spullen in bewaarde voor haar grote hobby: schilderen! In een grote opbergmap heeft ze al haar creaties bewaard. Stilletjes laat ik ze door mijn handen gaan en voel me diep ongelukkig. Ze is er niet meer, haar gevit op Pa hoeven we niet meer aan te horen. En haar verbeten klaagzangen ook niet meer. Toch blijft zij mijn moeder en ze is er niet meer! Al die jaren heb ik rondgebazuind dat ik haar niet zou missen maar nu, de dag na haar overlijden, wordt deze bewering al gelogenstraft: ik mis haar wel degelijk!

 

We sorteren de grote hoeveelheden verf, kwasten en papier. Te veel voor een heel leven. Wat nog gebruikt kan worden door bekenden of familie leggen we apart, de rest kan weg. Aan het eind van de dag vallen we in de huiskamer doodmoe op een stoel neer. Met het zicht op de hal, waar de vuilniszakken in het gelid staan om weggebracht te worden, schenkt Pa ons een portje in.

 

Zwijgend zitten we met zijn drieën bij elkaar. Wat valt er nog te zeggen?

Een leven is ten einde.

 

 

Nelle Heijboer

 

 
 
blog nelle heijboer
 
 
 
 
 
Computerabacadabra



Paul, mijn man, heeft een groot deel van zijn leven zijn brood verdient in de computerbranche als ICT ‘er. Sinds januari 2015 heeft hij zich uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en doet alleen nog maar voor zijn plezier mensen helpen met hun hard en software. Niet meer werken dus, lekker met pensioen en alleen nog maar wat hobbyen in zijn oude metier. Het betekend voor ons dat familie, vrienden en bekenden regelmatig een beroep op hem doen. Hij doet het graag, geen enkel probleem en ik ga zo af en toe met hem mee om lekker bij te kletsen terwijl Paul zich over de problematiek van dat moment buigt.


Dat het lang niet altijd even gemakkelijk is voor de iets oudere medemens onder ons mag blijken uit het volgende telefoongesprek. Paul vraagt de man aan de andere kant van de lijn of hij even pst *.* wil intypen. Ik zie Paul met zijn voorhoofd fronsen, nog net een diepe zucht onderdrukkend en hoor hem tegen de persoon in kwestie zeggen ik kom wel even naar je toe, ik denk dat het zo niet gaat lukken en weg is hij. Bij thuiskomst vraag ik hem wat het probleem was, zijn antwoord ik hoorde hem zolang typen dat kon niet goed zijn wat was er gebeurt de man aan de telefoon was letterlijk het woord sterretje punt sterretje aan het typen geweest in plaats van de symbooltjes. Waaruit maar weer blijkt hoe moeilijk de digitale wereld voor de vele ouderen onder ons kan zijn.
 
 
Zo ook voor mij, ik ging voor de gezelligheid mee naar een oud collega en vriendin van me, ze woont met haar vrouw, Hannie, in Eindhoven. Er moest een Nas in haar Lan geïnstalleerd worden. Nou weet ik sowieso al niet wat een Nas is, ook ik behoor tot de iets oudere generatie, het enige wat ik begreep was dat de Nas in de Lan van Marijke in de meterkast geïnstalleerd moest worden. Er ontspon zich het volgende gesprek:
 
 
Paul: Nou ik had zo gedacht om de Nas, samen met Fritz, in de meterkast te zetten, dan kan Hub op de zolder. Ik meende te begrijpen dat Hub zich daar beter thuis voelde, natuurlijk niet alleen, maar samen met de switch en de Brother die dan vanzelfsprekend weer niet zonder hun drivers op de zolder konden bivakkeren. Ik hoor het aan en denk het wordt druk op zolder. Marijke, mijn vriendin, knikt instemmend ze schijnt het te begrijpen!! want zegt ze, ze had voor de Canon al apps gedownload via de Wlan verbinding, maar die zouden wel eens niet compatible kunnen zijn. Ook Paul snapt het, knikt begrijpend, terwijl ik het gevoel krijg dat ik in een parallelle wereld ben beland waar kreten als Nas, Lan, Fritz, Brother, Hub, Wlan en switch gemeengoed zijn geworden. Marijke kijkt intens tevreden en geeft aan dat het nu eindelijk in haar systeem zit.
 
 
Mijn systeem is ondertussen al lang gecrasht, helemaal total loss. Dan hebben ze het nog niet eens gehad over het gebruik van Excell, windows7,8 of 10, maar daarover een andere keer.

 


 Charlotte Schlicher
 
 
blog Charlotte Schlicher
 

 

Geluksmomentjes

Op Facebook lees ik de zondagmorgenblog van vriend Sjra over geluksmomentjes en verwonder me hoe deze voor mij meebewegen in hoe het me gaat.  Ik heb vorig jaar geleerd mijn ‘eisen’ beter mee te laten bewegen met wat is.

De ene week blaak ik van de energie en is er niets mooier dan door de Melicker Ohé lopen en van allerlei details foto’s maken. Of nieuwe workshops bedenken en in de markt zetten, lesgeven. Ik bruis en wil van alles.

En dan ineens lijk ik weer terug bij af door een nieuwe reeks galsteen-aanvallen. Na mijn heftige nasleep van mijn galblaasverwijdering vorig jaar meende ik dat ik die krengen toch echt vaarwel gezegd had. Deze zomer herken ik een aanval daarom niet eens. Tot een eerste hulp arts van het UMC+ me uit mijn inmiddels weer aardig comfortabele zone haalt. Hoezo, je kunt die krengen ook zonder galblaas aanmaken?! Blijkt dat dát echt kan. Maar dat hebben maar heel weinig mensen. En bedankt, heb ik weer de jackpot? Mag het eens bij de staatsloterij zijn?  

Hoopvol: Het kan ook nog oud gruis zijn. Mijn specialist pakt de zaken voortvarend aan en regelt een goede beeldvorming via een MRI. Niet mijn favoriete apparaat maar niet over nadenken Esther, je wilt weten hoe het zit. Gelukkig zoals altijd weer liefdevolle mensen in het MUMC+. Zij helpen mij met liefdevolle aandacht over mijn enigszins claustrofobische drempeltje. En ja, dan blijkt er echt weer een dikke steen te zitten. Knap werk lijf! En helaas, het lijkt erop dat het een nieuwe is. Hetgeen wil zeggen dat ik er in de toekomst meer mag verwachten. In ieder geval is voor deze joekel een ERCP ingreepje nodig want het verwijderen van deze kan het lijf zelf niet aan. Staan de ERCP’s dan weer meer op het menu van de toekomst? Niet over nadenken Esther. Gelukkig zijn ze in Maastricht bijzonder begripvol dat ik na de pijnlijke ERCP in Roermond nu toch liever wat extra verdoving heb. Daar ben ik dankbaar voor. Verder is het afwachten wat artsen na de ingreep zeggen. Misschien medicijn mogelijk om aanmaakkansen te minderen? Kan ik er zelf iets aan doen? Afwachten. Stapje voor stapje. Niet te ver vooruit denken.

De geluksmomentjes veranderen.

Ze blijken veel met verwachtingspatroon te maken te hebben.  

De ene dag kan ik de wereld aan en wil ik naast de kleine geneugten ook grootse dingen. Deze week kon ik weer een wandeling van zes kilometer aan! Vorig jaar liep ik nog met een rollator. Nu helemaal op mijn eigen benen. Een goede mijlpaal richting de door mij vurig gewenste tien kilometer. Ik wandel door.

De andere dag ben ik dankbaar als ik na een galsteenkoliek rustig met een kop thee op de bank zit en onze tuin in herfststaat kan bewonderen. Zelfs de miezerregen is mooi. Dan is slechts belangrijk: ik ben er nog en nu heb ik geen pijn. Jos zet een kop thee en knijpt in mijn schouder. Wat meer kan een mens willen?

Mijn galstenen zijn niets om je verder zorgen over te maken. Dat scheelt enorm.  Het is geen levensbedreigend iets. De MRI liet óók zien dat mijn galwegen er goed uitzien. Geen vernauwingen. Voorlopig geen gevaar voor de grote hersteloperatie die dan zou moeten. Dat is super! Het gaat dus goed. En zo voel ik dat ook. Mijn lijf zet goede koers in. Op dat ene gekke na: mijn lijf is ook zonder galblaas perfect in staat galstenen te maken.

Ik zit op de bank, kijk de tuin in. Na een heftige aanval donderdag en weer één gisteravond is mijn lijf beurs van binnen. Ik wil niets actiefs. Hier zitten is genoeg. Gelukkig kan lezen en schrijven heel goed in het niets van nu. Dat is dan weer fijn. Handige passies heb ik. Vaak hoeft zelfs lezen of schrijven niet. Wil ik echt niets. Helemaal niets. Niets anders dan ‘zijn’.

Sinds vorig jaar 15 mei, ben ik elke dag heel bewust dankbaar voor het fijne wat er is. De slechte dingen probeer ik daarmee ook te tackelen. Natuurlijk zijn die er. Dat heeft iedereen. Ja Sjra, je hebt gelijk! Die kleine geluksmomentjes voelen, eren en vastpakken, is wat het leven extra mooi maakt. De momenten waarop ik bruis,  geniet ik nu extra. Maar de momenten waarop ik niet bruis ook. Die zijn nu anders. Die verstilde momenten. Natuurlijk wil ik weer meer. Natuurlijk wil ik weer lekker aan de slag en mijn dingen doen. Voor nu accepteer ik dat het vandaag even niet zo is. Voor vandaag even de bank, een kop thee, uitzicht op de tuin. Morgen weer een wandelingetje?   

©Esther van der Werf, 8 oktober 2017

   

Blog van Sjra: Goedemorgen Sonntags Frühaufsteher.

esthervanderwef blog

 

Samenloop voor Hoop Roermond op 10 en 11 juni 2017

Esmée Breugelmans schreef een ontroerend lied hiervoor.

https://www.youtube.com/watch?v=gFdbtg4MgQM

Dit inspireerde mij tot:

 

 

Ik blijf

 

ik wijk niet van jouw zijde

te vaak het enige wat ik kan

 

in niet weten wat

waarom

  

ik ben er

tot op de rand

waar jij verder

  

liefdevol

blijven

 

ik wijk niet van jouw zijde

het enige dat er nog toe doet

 

© Esther van der Werf 5 juni 2017

  

esthervanderwef blog
 

 Rouw is rauw….      

Een overdenking.                                          

 

Ik meende het te weten hoor. Alle opa's en oma's verloren, hetgeen op mijn leeftijd nogal normaal is. Van de papa's en de mama's leeft er nog eentje. De anderen foetsie op 54, 69 en 72-jarige leeftijd. Belachelijk jong, zo voel ik nu. Mijn schoonmama is gelukkig een kwieke tachtiger die toch op zijn minst 95 gaat worden, heb ik zo besloten. Maar nu, nu is het ineens toch een stapje heftiger. Een vriend, mijn beste vriend, is aan de beurt. Één-en-zestig jaar jong. En ineens draait de wereld anders. Als je een vriend verliest bij wie je terecht kon met je zorgen, met je grappige anekdotes, met je vragen, sja dan valt er veel 'delen' weg. En er valt een stukje gemeenschappelijke geschiedenis weg. Natuurlijk heb ik mijn echtgenoot nog, met wie ik ook mijn dingen deel, en andere fijne vrienden. En zoonlief die me met zijn heerlijke praktische kijk op dingen ook weer helpt. Ik wist het wel al maar nu valt het pas echt goed op:  ik deel mijn 'dingetjes' niet met alle vrienden op een zelfde manier. En een deel van mij kan niet meer delen met wie ik zo graag deelde. 

 

En ineens is het alsof de wereld anders draait. De balans is zoek. Ik die allang meende te weten wat rouw is. Arrogante tut. Ik word verrast. Want rouw blijkt anders als het om een leeftijdsgenoot gaat (nou ja paar jaartjes verschil toch wel), wat je deelde maakt verschil in wat je mist. Dat had ik me natuurlijk van te voren kunnen bedenken. Dat deed ik ook wel, met mijn verstand. Het gevoel is toch net even andere koek.  Ik ken alles fases van rouw, veel theorie. En het helpt geen donder. Het maakt niet dat ik versneld hierdoorheen kan. Zo werkt het niet. Ik laat het gebeuren, voel met elke vezel verdriet. Willen versnellen heeft geen zin. 

 

In mijn werk als schrijfdocent voor de schrijfgroep bij het Toon Hermans Huis kom ik natuurlijk ook veel van deze emoties tegen. Ik ben juist heel bewust daar, in de hoop iets voor hen te kunnen betekenen. Ik realiseerde me al eerder, dat verdriet niet te meten of te vergelijken is. Nu voel ik het verschil. Nu ik voel, weet ik des te meer dat ik nooit kan voelen wat de ander voelt. Ik ben dankbaar dat dat sowieso nooit mijn standpunt was. Met open oor luisteren, en de ander zijn of haar verhaal laten doen. Aftasten wat die ander nodig heeft en er proberen op die manier te zijn. Ik merk nu zelf hoe belangrijk dat is. Ik ben dankbaar voor alle lieve appjes, telefoontjes, zelfs bloemen en kaarten die ik kreeg. 

 

Vandaag is hij elf dagen dood. Elf dagen waarvan ik er acht doorbracht in regel-stand. Hij had mij gevraagd zijn zoon te helpen met het regelen van zijn uitvaart. Dat heb ik met volle overgave gedaan. Dat waren alvast acht dagen die nog met hem gevuld waren. Zonder dat ik me daar op die manier van bewust was hoor. Ik merk het nu pas. Want nu komt de rust, nu komt het niets. Het gaat van veel telefoongesprekken met hem en bezoeken aan hem, regelen voor hem, naar gesprekken in mijn eigen hoofd. Zoveel gedachten dat mijn hoofd lijkt te ontploffen. Hoe doe je dit? Dit rouwen? Ik heb geen idee. Ik denk steeds meer dat er geen vast recept is. Ieder mens is anders, elke relatie is anders. Rouw is rauw. Keihard werken. Gisteren en vandaag had ik behoefte een servies kapot te gooien. Dat is toch wel wat vervelend qua rotzooi en kosten, dus ik heb die behoefte aan energie eruit gooien omgezet in opruimen, een joekelgrote dode buxus nu eindelijk uit de pot en in kleine stukken hakken. Met grof geweld de enorme kluit klein slaan. Met spade en daarna met handbijl, bijna moordzuchtig de wortels te lijf. Volle energie erin. Als de buren niet thuis waren geweest had ik misschien het lef gehad te schreeuwen. Want dat is wat mijn lijf doet en mijn keel wil: schreeuwen. Mijn mond is stil. De tuin steeds keuriger en het huis opgeruimd. Toch moet ook via mijn keel het verdriet eruit. In de auto gaat Herbert Grönemeyer op standje oerhard en ik gil nóg harder mee. Niemand die er last van kan hebben, dus ik doe. Ik doe alsof ik zing maar het is wat het is: ik schreeuw.

 

Na al dat hakken, opruimen en schreeuwen is hij nog steeds dood. 

 

©Esther van der Werf - 23 mei 2017 

 
esthervanderwef blog

 

Esther van der Werf- 2017-03-01 Gedicht-Vandaag is een dag-zozieje

 
 
esthervanderwef blog

 

Geluksmoment

 

Nu de winter zich verjaagd voelt door de eerste zonnestralen, de bloemknoppen op springen staan en elk twijgje siddert van nieuw leven, juist nu besluit de rode bosmier het deze lente iets rustiger aan te doen, en op z’n minst elke dag een geluksmoment te vinden. Nietig, in de grootsheid om hem heen, ligt hij op een bruin verkleurd blad, zijn zonnebed. Zijn linker pootje relaxt gebogen over zijn rechter.

Luisterend naar het zachte briesje en zijn eigen ademhaling. Adem in, adem uit .

Hij ligt daar zomaar een beetje te mijmeren.

Door de spleetjes van zijn vijf ogen ziet hij zijn soortgenoten sjouwen met takjes en zandkorrels. Op en neer door het labyrint van de boomschors. Zich een weg banend door de verscholen paadjes. Waar leiden ze naar toe?

Torsend met verdorde bladeren en dennennaalden om de vracht zo snel mogelijk naar hun kolonie te transporteren.

Het mierennest, een bewegende metropool vol druktemakers, overlopend van ijver, met maar  één doel, een nog grotere mierenhoop.

De mier zucht nog eens diep. Even voelt dit ‘verstoppertje’ spelen als verraad.

Maar dan draait hij zich resoluut op een zij en laat de zon zijn lijfje verwarmen.

Wat een genot.

Dit geluksmoment neemt niemand mij af.

 

Tonny Janssen, 13 maart 2017

 

blog tonny Janssen

 
 
 
 

Breipaar

Donderdagavond. Tijd voor het nieuw, zoals elke avond. kees zit voor de tv, met zijn vrouw Mien naast hem. Hij gluurt opzij. Het vertrouwde getik van breinaalden tegen elkaar vult zijn oren en hij zet het volume van de tv zachter. Elke dag kijkt hij naar het nieuws, en hoewel hij dat al jaren doet, zijn er andere dingen die hem meer interesseren.

Mien is bezig met een truitje, voor het vijfde kleinkind. Kees glimlacht. Ze gebruikt groene wol. Hun dochter vond groen altijd een mooie kleur en wat is dan beter passend bij het eerste truitje? Kees draait zijn ogen terug naar het scherm voor hem. Nog even, dan begint de reclame.

Het getik naast hem houdt aan. Ze is altijd zo geconcentreerd, die Mien van hem. Of het nu met breien is, tuinieren of om koken gaat. Kees slikt en houdt met moeite een zucht in. Vroeger zou hij het volume van de tv harder hebben gezet. Net zoals hij de buitendeur gesloten zou hebben of de deur naar de keuken.

Dat was vroeger.

De reclame begint. Kees staat op en duwt met de afstandsbediening het apparaat. Hij rekt zich uit en loopt naar de kamerdeur. De kalender naast de deur hangt scheef. Hij trekt het recht. De datum van morgen is met rood omcirkeld. In dezelfde kleur staat er iets bij gekrabbeld, dat hij met moeite kan lezen. Zijn handschrift is altijd een ramp geweest. Het is een geluk dat hij het zelf geschreven heeft. Zo hoeft hij het niet te ontcijferen. Om drie uur ’s middags een afspraak bij de dokter.

“Normaal zet je hem altijd pas na de reclame uit,” zegt Mien. Haar stem is scherp, zoals vroeger, toen ze hun dochter een standje moest geven. Kees draait zich naar haar om. Ze zit als verstijfd op de bank. Hij haalt zijn schouders op. “Nu niet,” zegt hij. Hij draait zich terug, ziet de kalender weer en slikt.

Mien maakt een geluid dat tussen een grom en een piep zit. Ze balt haar vuisten en gooit haar breiwerk naar de deur. Het komt naast de deur terecht, op de kat, die luid miauwend opstuift. Het beest sist en slaat naar de wol.

“Maar Mien, jij wilde op tijd naar bed,” zegt Kees. Zijn lip trilt en hij bukt zich om de wol op te rapen. Zachte wol, gebreid met zachte hand en gegooid met een harde. Vanaf de grond kijkt hij naar zijn vrouw. Ze heeft rode ogen en knijp haar handen samen. Haar onderlip trekt ze haar mond in, om erop te bijten. Ze snuift, steekt haar neus de lucht in en kruist haar armen over elkaar. Net een koppig kind.

Kees glimlacht naar haar en sluit zijn ogen. Het was niet altijd zo. Nu wel.

Hij komt overeind met het breiwerk in zijn handen. Langzaam loopt hij op haar af. De rimpels in haar gezicht zullen hem altijd bijblijven. Net als haar karakter. Hij perst zijn lippen op elkaar en stopt voor haar. Voorover buigen gaat moeizaam. Ouderdom. Hij plaatst zijn lippen op haar voorhoofd. Een stap opzij, een draai en hij zit weer naast haar. Het breiwerk legt hij in haar schoot.“Nog even dan,” zegt hij. Hij duwt de tv weer aan en geeft haar een knipoog.

Mien pakt haar breinaalden weer in haar handen. Ze glimlacht naar hem, sluit haar ogen en laat een traan vanuit haar ooghoek naar beneden rollen.

 
 
Astrid Knops
Astrid Knops FOTO KLEIN

 

Geschiedenis

 

Al je aardse,

zinloos zonder jou

Jij was de samenhang

 

Je boeken,

liefdevol verzameld en gelezen

In Gamma verhuisdozen

Alles schreeuwt

Ik ben stil

Het is niet anders,

zeg jij

in mijn hoofd

Steeds weer

 

Je kantoor zonder je boeken

Een leeg karkas

 

Al ’t jouwe

vult

andere kasten

Kleedt andere lijven,

met dezelfde maat

Dekt andere tafels,

zonder jou aan ’t hoofd

En ook

vult het de stortplaats

Zó tegen

jouw duurzame principe

 

Het is niet anders

 

Langzaam valt je materie

Uiteen

 

Hier in mijn kast

Nestelt nu een boek

Over vrouwen in de oorlog

Zo’n veertig jaren het jouwe.

Een stukje van jouw aardse,

reist nu met mij mee,

krijgt andere zin

Ik streel de kaft

Van deze én onze

Geschiedenis

  

© Esther van der Werf

10 augustus 2017

   

esthervanderwef blog